Formule 1 en banden: hoe zit het?
Dat de banden binnen de Formule 1 een cruciale rol spelen staat buiten kijf. Neem bijvoorbeeld de Grand Prix van Oostenrijk 2018. Deze race had niet veel langer moeten duren voor de beste Nederlandse Formule 1 coureur van dit moment, de banden van zijn Red Bull waren namelijk tot op het canvas versleten. Hij maakte al vroeg in de race zijn enige pitstop. Daar waar diverse andere coureurs in de problemen kwamen, waaronder Hamilton en Ricciardo, wist de Nederlander z'n banden uitstekend te managen en daarmee zijn overwinning binnen te slepen.
Hardheid van banden
In de huidige Formule 1 is er één bandenproducent, Pirelli uit Italië. Die krijgt van de FIA richtlijnen om banden te produceren met een specifieke grip en slijtage. Omdat niet alle circuits hetzelfde zijn en de coureurs in verschillende landen met verschillende weertypes te maken hebben, maakt Pirelli zeven verschillende soorten banden, die onderling variëren in hardheid van ultrasoft tot hard. Afhankelijk van het rubber en andere toevoegingen die worden gebruikt, krijgen de banden deze bepaalde hardheid. Over het algemeen geldt dat hoe zachter de band, hoe meer deze aan de baan plakt en hoe meer grip (en dus snelheid) deze biedt, maar ook hoe sneller deze slijt. De hardere band daarentegen geeft minder grip, maar heeft ook minder slijtage en kan dus langer mee.
Verschillende kleuren
Om de banden herkenbaar te maken voor de toeschouwers, hebben ze een verschillende kleur op de zijkant. Er zijn zeven verschillende compounds voor een droge baan: de hypersoft (roze), de ultrasofts (paars), de supersofts (rood), de softs (geel), de mediums (wit) en de harde band (lichtblauw) en de superhard (oranje). Al deze banden hebben geen profiel, maar zijn volkomen glad en worden daarom ook wel slicks genoemd. Om ook onder natte omstandigheden uit de voeten te kunnen zijn er twee soorten regenbanden: de intermediate en de full wet. Die eerste wordt vooral gebruikt als het geregend heeft, maar de baan nog nat is. De full wet wordt alleen ingezet als het regent.
Bandensets
Voorafgaand aan een Grand Prix bepaalt Pirelli aan de hand van de karakteristieken van de baan welke drie droogweer compounds er ingezet mogen worden door de teams. De coureurs moeten tijdens een race minimaal twee van deze drie compounds gebruiken. Tijdens een raceweekend mogen de teams voor elke auto dertien bandensets gebruiken. Van deze sets worden er door Pirelli drie apart gehouden: die mogen alleen gebruikt worden tijdens de race en tijdens de derde ronde van de kwalificatie.
Temperatuur van de banden
Bij hoge snelheden zorgt de enorme wrijving tussen band en asfalt voor hoge temperaturen en de banden zijn zo ontworpen dat ze juist onder die omstandigheden het beste presteren. Dat is ook waarom de banden tot vlak voor de start in een soort elektrische deken op een vaste hoge temperatuur van circa 80º C gestopt zitten. De racetemperatuur varieert van 108 tot wel 120º C, afhankelijk van de compound: de zachtere compound wordt warmer dan de hardere compound. Dit is ook de reden van de opwarmronde voorafgaand aan de start van de race: de coureurs gaan slingerend over de baan om temperatuur in de banden te krijgen. Naast de opwarmrondes zijn er legio andere momenten waarop coureurs de temperatuur van het rubber proberen te managen. Denk bijvoorbeeld aan de race op Silverstone waar de Nederlandse coureur op een opdrogende baan regelmatig op nattere gedeeltes ging rijden, puur en alleen om zijn intermediates af te koelen.